Terwijl afgelopen zondag op het Museumplein in Amsterdam de Uitmarkt in volle gang was, liep ik met mijn vrouw en een bevriend stel uit Schotland het Stedelijk Museum binnen. De zon scheen. De geur van aangebrande biologische hamburgers hing in de lucht.
De laatste keer dat ik het museum bezocht, was tijdens de uitmarkt van 2003. Mijn toekomstige vrouw en ik waren net aan elkaar voorgesteld. Ze vond me een vervelend betwetertje. Toen ze me vertelde over haar interesse in de Zuid-Afrikaanse poëzie, was ik meteen begonnen over Charl-Pierre Naudé van wie ik een gedicht uit het Afrikaans naar het Fries had vertaald. Driekwart jaar later kon ze me gelukkig beter verdragen en zaten we te zoenen op een ijskoude stoep voor haar huis.
In het Stedelijk Museum opent morgen een tentoonstelling van de Zuid-Afrikaanse schilderes Marlene Dumas, waar nu alleen door een laag bubbeltjesplastic iets van te zien was. Mocht u daar een kijkje gaan nemen, vergeet dan niet even af te dalen naar de kelder van het museum waar werk uit de privécollectie van verzamelaars Martijn en Jeanette Sanders te bewonderen valt, onder de titel 'Bad Thoughts'.
Ik liep daar een donker kamertje binnen, waar een peertje aan het plafond kortstondig een tekst verlichtte. Het betrof een werk van de Schotse kunstenaar Douglas Gordon die volgens de beschrijving “gefascineerd is door de processen waarmee mensen proberen vat te krijgen op wat ze zien.” Ik kreeg vat op een schokkend beeld uit het nieuws dat eerder op mijn netvlies was gebrand: de onthoofding van journalist James Foley. Het hele filmpje heb ik nooit durven kijken, maar ik heb er wel over gelezen op de site van de Vrij Nederland. Jeroen Vullings omschrijft de moord op de journalist als volgt: “Hij trekt Foleys hoofd naar achteren, zet het mes op zijn keel en begint te snijden. Een vreemd geluid is te horen, het lijkt wel gemekker. Gelukkig blijft de rest van de afslachting ons bespaard.” Vullings sluit zijn beschouwing af met “laten we hopen dat James Foley op slag dood was.”
Ik hoop ook dat Foley op slag dood was, maar wie het donkere kamertje van Douglas Gordon binnenloopt, vraagt zich af of dat daadwerkelijk het geval was. In Gordons ’30 Seconds Text’ lezen we, terwijl het peertje 30 seconden lang brandt, over een Frans experiment uit 1905 waarbij een dokter met het afgehakte hoofd van een veroordeelde probeert te communiceren. Na enkele kortstondige stuiptrekkingen van oogleden en lippen, roept de dokter ‘Languille’, de naam van de overledene. Diens ogen openen zich langzaam en kijken hem een paar seconden aan, “not dull and empty”, maar “fully alive” en “indisputably looking at me.” Zo kijkt ook Foley’s gezicht (en inmiddels ook dat van zijn collega Steven Sotloff), zonder dat ik het naast zijn dode lichaam heb zien liggen, mij nog steeds aan.
Column uit de Leeuwarder Courant 5-9-2014 - http://www.lc.nl/


