De kat van de buren springt bij me op schoot, vlak nadat ik het gedicht ‘De jonge man die gevangen werd door een leeuw’ heb gelezen en net na ik voor de zoveelste keer het nieuws heb gekeken en een artikel over Gaza heb gedeeld op Facebook. Het gedicht is afkomstig uit Liederen van de Kraanvogel van de Zuid-Afrikaanse dichteres Antjie Krog. Zij vertaalde voor dit boek verhalen uit het /Xam, de taal van de Kaapse Bosjesmannen, een taal die sinds het begin van de twintigste eeuw niet meer gesproken wordt. Ongetwijfeld ging er iets verloren op de lange weg van het /Xam naar het Nederlands, maar de kracht van de verhalen is, mede dankzij vertaler Robert Dorsman, bewaard gebleven.
“Tijdens de jacht kreeg een jonge man slaap / hij ging liggen, hij viel in slaap onder een struik / op het heetst van de dag kwam er een leeuw / de leeuw sleepte de man bij zijn nekvel / de leeuw sleepte de man een swartstormboom in / de leeuw ging water drinken / de leeuw wilde geen dorst krijgen terwijl hij die man opat.” Zo begint het. De leeuw kijkt dan om, meent de man te zien bewegen en schuift diens hoofd ‘beter tussen de takken. Daarna likt hij zijn tranen en draaft “terug naar het water”.
De jager ontsnapt. Zijn moeder wikkelt hem in antilopenhuiden “opdat de leeuw hem niet zou ruiken.” Als de leeuw zijn prooi toch weet te vinden, bieden de dorpsbewoners hun kinderen aan, maar de leeuw wil geen kind. “Ik wil die jonge man wiens tranen ik heb gelikt”. De leeuw krijgt zijn zin en bijt de man dood, waarna hij zelf vermoord wordt. “Nu kan ik sterven,” zegt de hij tevreden, “want ik heb de jonge man die ik wilde gekregen”.
Het gedomesticeerde zusje van de dode leeuw geeft mij kopjes. Ze drukt haar nagels in mijn buik alsof ik haar moeder ben en er snel melk zal vloeien. Ik zet de nieuwe cd van Morrissey op die opent met: “World peace is none of your business / You must not tamper with arrangements / Work hard and sweetly pay your taxes / Never asking what for / Oh, you poor little fool oh, you fool.” Het cynisme van de Britse übervegetariër smaakt zoet, maar niet zoet genoeg.
Ik blijf de kat aaien en probeer ‘De jonge man die gevangen werd door een leeuw’ te verbinden met mijn woede, woede op de Russische regering en de door haar gesteunde separatisten. Ik wil iets aangrijpends zeggen over de onmacht die ik voel over Gaza. Maar aan wie geef ik de speer van de jager en wie bind ik het masker van de leeuw voor? Wie krijgt de tranen?
