Zomervakanties bestonden voor ons uit een paar weken met de caravan naar Ruurlo en logeerpartijtjes bij Pake en Beppe in Oostrum. Mijn nichtje en ik lieten ons dan van de terp rollen tot we duizelig werden. We dronken koele melk rechtstreeks uit de tank en mochten aan het eind van de middag de koeien halen. Het ‘heuh, jongens’ dat we riepen, galmt nu weer door mijn hoofd.
De afgelopen weken moest ik herhaaldelijk denken aan de tijd dat ik boer wilde worden en met mijn nichtje eeuwig verse melk wilde drinken. Ik las de verhalenbundel De koe die de Waal over zwom van boerenzoon Willem Claassen, waarin hij met een gezond gevoel voor understatement vertelt over zijn jeugd op een veehouderij vlakbij Nijmegen.

te bestellen via Bol.
De jonge Willem roept geen ‘heuh’, maar ‘kom maar, koetjes’ als zijn vader hem het land instuurt. Hij heeft geen nichtje op wie hij heimelijk verliefd is, maar zingt wel ‘de nieuwste hits uit de top 40’ voor zijn geliefde blaarkop Nummer 81 met wie hij soms bespreekt wat er zich op school afspeelt. Als zij op een namiddag nergens te bekennen valt, zegt zijn vader koeltjes dat 81 naar de slacht is. ‘Ze gaf niet zoveel melk meer.’
Diezelfde droefdroge toon kenmerkt een verhaal waarin het de hoofdpersoon maar niet wil lukken om zijn lidmaatschap van de fanfare op te zeggen. Enkele dagen na het versturen van de opzegging, informeert de dirigent over de telefoon waarom Willem niet op de repetitie is verschenen. ‘Tien minuten later’ zit hij ‘op de fiets met de hoornkoffer onder de snelbinder.’
(Interview + voordracht bij de boekpresentatie door Dennis Gaens, Peer & Willem Claassen)
Het is herkenbare kleine ellende. Ik droom nog regelmatig over het beëindigen van mijn bijbaantje op de flessenafdeling van de supermarkt, waarna ik vrolijk nog een aantal weken werd ingepland. Plichtsgetrouw liet ik nog enkele zaterdagen lang het verschaalde bier langs mijn armen lopen.
De vader van oud Groninger stadsdichter Rense Sinkgraven ging het beter af. De geschiedenis van diens loonbedrijf is vastgelegd in ‘Diepwoelen met de diepwoeler’, de tweede tekst die me terug naar de terp van Oostrum bracht. Liefdevol laat Sinkgraven zijn vader het bedrijf opnieuw beginnen met ‘ploegen’, ‘greppelfrezen’ en ‘aardappelrooien met de Sterbo rooimachine’. Vele machines en merken volgen, waarna ‘in december 2000 het loonbedrijf beëindigd’ wordt en medewerker Rinus ‘zelfstandig doorgaat met de minikraan’.
Ik hoorde het de dichter voordragen, terwijl zijn vader trots stond te luisteren. We lazen voor in Smilde ter nagedachtenis aan het leven en werk van dichter Jacob Israël de Haan, geen boerenzoon, maar een zionist die in 1924 in het door hem zo geliefde Israël door een andere zionist vermoord werd. Hij pleitte voor een land waarin Arabieren en Joden vreedzaam zouden samenleven. Ik wens hen vrede, ‘kâlde molke út `e tank’ en mooie nichtjes toe.
P.s. u kunt het boek van Claassen bestellen via: http://www.wintertuin.nl/shop/producten/de-koe-die-de-waal-over-zwom/

