Een keer per maand stap ik ’s ochtends met lood in de schoenen op de fiets en kom ik twee uur later licht als een veertje weer thuis. Ik heb dan mijn maandelijkse zangles gehad van zangdocent Aukje. Als ik vertrek voel ik me schuldig dat ik te weinig geoefend heb. Bovendien schaam ik me bij voorbaat al voor mijn gebrekkige techniek. Ik kan er niet goed tegen als ik het fout doe, terwijl ik mezelf eigenlijk meer zou moeten toestaan zo nu en dan flink uit de bocht te vliegen en meer van mezelf te laten zien, volgens Aukje. Na zo’n les, waarbij ik gezeten op een skippy bal de fietspomp onder mijn maag leer te gebruiken en ‘oehs’ en ‘ahs’ door de kamer slinger, is het lood uit mijn schoenen verdwenen en neurie ik op de fiets de sterren van de hemel.
Het begon allemaal met vrachtwagenzanger Henk Wijngaard. Op zaterdagochtend als iedereen nog in bed lag, legde ik zijn lp ‘Zingende wielen’ op de platenspeler en begeleidde Henk en mijzelf op een gitaar die mijn vader in elkaar had gezet. De gitaar bestond uit een houten balkje, het deksel van een emmer uierzalf en wit kledingelastiek. Stemmen kon en hoefde niet. Toen ik een jaar of zestien was maakte de uierzalfplank plaats voor een microfoon die ik aansloot op een versterker met vier speakers van 80 Watt, enigszins tot ongenoegen van de rest van het gezin.
Je hoort vaak van mensen dat ze graag zingen, maar dat hen vroeger in de klas of thuis werd gevraagd zich in te houden, wegens een gebrek aan toonvastheid of ritmegevoel. Die valse kraaitjes hadden met wat extra aandacht en aanmoediging van iemand als Aukje het zelfvertrouwen kunnen krijgen van een nachtegaal.
Twee van mijn klasgenoten ontbrak het totaal niet aan zelfvertrouwen. Over blueszanger Jack Bottleneck heb ik het al eens gehad, maar er is nog een groot talent met wie ik de schoolbanken deelde. Het gaat om Lytse Hille, Kollummer zanger van het levenslied, die nu net als de door mij zo bewonderde Henk Wijngaard in kroegen en op piratenfestivals het publiek vermaakt.
Hille, zoon van dierenspeciaalzaakhouder Pieter Fûgeltsje, blonk muzikaal niet uit op school. Ik had eerder verwacht dat hij de opvolger van de Zwaagwesteinder cabaretier Lytse Teake zou worden. Toen na een rumoerig verlopen ‘Feintsje fan Menaam’ meester Cazemier twee bekkens keihard tegen elkaar had geslagen om ons tot stilte te manen, schalde Hille door het lokaal: ‘Het half zes journaal met Maartje van Weegen.’ Voordat hij ‘NOS Nederland 1’ kon uitbrengen, had de rood aangelopen Cazemier zijn leerling met schoolbank en al tegen de muur gekwakt. Gelukkig heeft het Hille’s en mijn waardering voor de zangkunst niet weten te bederven. Wij zingen.
…In een convooi naar het Oosten
In een convooi heel ver weg
In een convooi naar het Oosten
Misschien kom ik daar nooit meer weg
In een woestijn heb je twee kansen
Soms heel heet en soms heel koud
In een woestijn heb je twee kansen
Soms heel goed en soms gaat het fout…
Deze column stond op 11-7-2014 in de Leeuwarder Courant: http://www.lc.nl/

