Een onheilspellend blauw scherm begroette mij toen ik met mijn kop koffie weer achter mijn computer plaats wilde nemen. De grafische kaart en het werkgeheugen hadden tijdens mijn afwezigheid een burgeroorlogje ontketend in de grote witte bromkast onder mijn bureau.
Ik had die computer dringend nodig om me voor te bereiden op de aankondigingen en interviews die ik volgende week zal verzorgen tijdens Poetry International te Rotterdam. En ik moest deze column nog schrijven. Ik opende het bestand ‘PI14 Al-Harthy.NED.DEF’ en las: “Het is een vreemd verhaal van hun gedrieën: / de muis, het toetsenbord en de / tekstverwerker die geen tekst verwerkt / maar, daarentegen, mij laat vergeten woorden op te slaan // in de goede map.” Blijkbaar was ik niet alleen met mijn computersores! Ook Mohamed Al-Harthy uit Oman had problemen met zijn veredelde rekenmachine gehad. In zijn gedicht ‘Het woordenschip meert af…’, probeert hij ter vervanging nog een typemachine te zoeken, “maar die fantastische machines zijn verdwenen in onze dagen / je ziet ze bijna nooit / ze worden beweend (onder de strengste bewaking) in een museum / dat niemand bezoekt.” De dichter uit Oman pakt dan het potlood op: “Ik had bijna de vlag gehesen, de witte vlag / maar ik verkoos de raad van Hemingway te volgen / en ging opnieuw met potlood schrijven / met de geslepen roeiriem stak ik menig water over om het schip van woorden / tenslotte aan de aankomstoever af te meren”.
Ik denk niet dat ik de redactie van de Leeuwarder Courant zou verblijden met een in potloodgeschreven column en postduiven heb ik niet, dus begon ik te tikken op het kleine laptopje dat ik tijdens een eerdere editie van Poetry kocht, omdat de voorganger traag als stroop was geworden.
Misschien was de kaduke computer wel een teken dat ik te veel achter het scherm had gezeten en eigenlijk naar buiten moest voor inspiratie en frisse lucht. De column moest echter eerst af en mijn werk voor Poetry mocht ook niet blijven liggen. Er kwam hulp uit Noorwegen: “ik zag een wolk met vier benen // ik zag een wolk met een zilveren jas / ik zag een wolk die een veulen was // ik zag een wolk die opstond / ik zag een wolk met neus en mond // ik zag een wolk die leek op een kalf / ik zag een wolk die leek wel half”. Wijze woorden van de dichteres Monica Aasprong. Ik was vergeten hoe graag ik als jongetje in de weilanden lag om naar de wolken te kijken.
Kom erbij liggen naast Al-Harthy, Aasprong en mij volgende week in de Rotterdamse Schouwburg. Dan mag u met potlood opschrijven wat u in de wolken ziet.
De gedichten van Mohammed Al-Harthy in de vertaling van Kees Nijland en Assad Jaber kunt u hier lezen http://www.poetryinternationalweb.net/pi/site/poet/item/24141/Mohamed-Al-Harthy.
De gedichten van Monica Aasprong in de vertaling van Roald van Elswijk kunt u hier lezen http://www.poetryinternationalweb.net/pi/site/poet/item/23026/Monica-Aasprong
U kunt het festival ook vanuit uw luie stoel bijwonen via de stream http://www.poetryinternational.nl/stream/

