We zijn door naar de finale van het Songfestival en dan nog met een goed liedje ook. Mijn favoriete songfestivaltekst blijft echter 'Ein bisschen Frieden', de winnende Duitse bijdrage uit 1982. Uit volle borst galmden wij te Rinsumageest mee met het temerige vibrato van de achttienjarige Nicole: "Ein bisschen Frieden, ein bisschen träumen und das die Menschen nicht so oft weinen. Ein bisschen Frieden, ein bisschen Liebe, das ich die Hoffnung nie mehr verlier."
Enkele jaren geleden was ik te gast bij poëziefestivals op de Balkan, een regio met een rijk en interessant Songfestivalverleden. De Bosniërs, Serviërs en Albaniërs, die elkaar tot voor kort regelmatig de kop insloegen, geven elkaar, indachtig de stichtelijke woorden van Nicole, bij het festival vaak de hoogste punten.
Mijn eerste kennismaking met de Balkan was een bezoek aan The Struga Poetry Evenings in Macedonië, vernoemd naar het historische badplaatsje aan het Ohrid meer, het diepste meer van Europa. Onze gastheer vertelde ons 's avonds bij de wijn over "de vervloekte Albaniërs" die de macht over zijn festival wilden overnemen. "Het zijn allemaal criminelen", zei hij. "Ja, ja," dacht ik, "maar wel braaf op hun liedjes stemmen."
De volgende dag werden we uitgenodigd op de koffie bij de burgemeester, een cartooneske man in zwart pak, die niet zou hebben misstaan als huurmoordenaar in een maffiafilm. De Oostenrijkse dichter Bernhard Widder stelde voor om de koffie te skippen en naar Albanië te lopen. Dat idee kreeg van mij "douze points". We aten een pizza in het Albanische Piskupat, bewonderden de schoolboeken over economie die in een moskee lagen en werden niet in elkaar geslagen, beroofd of opgelicht, behalve dan door de douaniers die ons twee keer wilden laten betalen voor het passeren van de grens.
Poëzie en drama gaan hand in hand op de Balkan. Zo werden The Struga Poetry Evenings gepresenteerd door een soapactrice die haar lippen zo vol had laten spuiten dat ze een mooi rond vissenbekje had gekregen, wellicht ter ere van de zeldzame forelsoort die alleen in het diepe meer voorkomt. En te Montenegro werd in een vervallen theater een van mijn liefdesgedichten voorgedragen door een krom gerimpeld acteurtje met slordig zwart geverfd haar, die zijn graf al bijna kon ruiken. Het beverige oudje schraapte zijn keel en bulderde met een gore gruntstem mijn tere stukje zielenpijn door de halflege zaal alsof hij in een vorig leven deel had uitgemaakt van de Duitse metalband Rammstein. Het wakkergeschudde pubiek applaudiseerde luid.
Verwacht dus niet te veel Balkanese punten voor 'The Calm after the Storm' van onze ingetogen Common Linnets. Daarvoor moet Ilse wat meer botox in de dunne lipjes en Waylon een discopakje aan, of een uniform. Ik grunt op 10 mei in ieder geval: "Tukkers, 100 punten."
