Een meerpuntig metalen martelwerktuig dat steeds bloediger voren trekt door de diepe wond in de zijde van Jezus, zo herinner ik mij Mel Gibsons The Passion of the Christ. Ik moest aan dat staaltje masochistisch vernuft denken toen ik 12 Years A Slave bekeek, de bekroonde boekverfilming waarin een vrije zwarte muzikant in de jaren veertig van de 19e eeuw ontvoerd wordt in het Noorden van Amerika, waarna hij in het Zuiden als slaaf verkocht wordt. In een hartverscheurende scène zien we hem gedwongen een onschuldige slavin het bloed uit de rug slaan.
Waarom kijken we naar deze 'historisch accurate', maar ook shockerende films? Zijn we met popcorn en cola op schoot een belijdenis aan het afleggen? Moeten we onszelf voortdurend confronteren met al het slechte waar toe we in staat zijn, zodat we niet nog eens dezelfde fout maken? En waarom kijk ik naar deze films? Ik vind dat ik me niet mag afwenden van het onrecht en wil met vrienden en collega's mee kunnen praten over wat ze hebben gezien. Daarnaast biedt de bioscoop natuurlijk een verleidelijke schuldachtbaan, waarin ik, misselijk van alle narigheid, het einde als verlossing ervaar.
Wat me tegenstond aan 12 Years A Slave was de vertelling. De film, op een waargebeurd verhaal gebaseerd, bevat genoeg spanning, maar is te conventioneel vormgegeven. We leven het leven mee van de hoofdpersoon en maken soms een sprongetje in de tijd, maar verder is er weinig dat ons op het verkeerde been zet of dat een nieuw perspectief biedt op slavernij.
Dat is gelukkig anders in Door de waterspiegel,de nieuwe roman van Tomas Lieske, waarin het thema schuld met veel meer verbeeldingskracht wordt uitgewerkt. Hoofdpersoon Sebastiaan is een Nederlandse ingenieur wiens joodse vrouw in WO II als kind van Wenen naar Zwitserland moest vluchten. Als jongeman fantaseert hij over het oprichten van een eigen kindertehuis, wellicht als poging het verleden van zijn vrouw te repareren. Nadat hij bij de aanleg van een stuwmeer in Spanje machteloos moet toezien hoe een lokaal meisje verkracht wordt omdat ze protesteert tegen het onderwater zetten van haar dorp, verandert het verhaal in een wirwar aan hallucinaties, waarin door vloeibare deuren andere werelden worden betreden en een ziekenhuis wordt opgeblazen alsof het een wonder van God betreft. Het verhaal wordt bovendien verteld door een man zonder armen, benen of zicht, die aan het einde waarschuwt dat hij het laatste stuk zelf erbij heeft moeten bedenken. Als lezer weet je daardoor nooit helemaal wie je kan vertrouwen en of de werkelijkheid waarin je je bevindt wel de echte is. Het is geen prettige schuldachtbaan maar een moreel werkelijkheidsmoeras, waarin ik me weliswaar even schuldig voel als in de voorgenoemde films, maar minder een zelfkastijdende gruwelconsument.
Meer over Door de waterspiegel op het web:
Voorpublicatie: http://www.athenaeum.nl/leesfragment/tomas-lieske-door-de-waterspiegel
http://teunisbunt.blogspot.nl/2014/04/door-de-waterspiegel-tomas-lieske.html

