buitenwijk
ik zie aan het einde van een lange stadstraat de gebouwen beter
kijk ik scherper door de lucht heen of schijnen de stenen feller
werken mensen aan een toekomst achter alle ramen
wil ik weten
de kale buurman die langdurig zijn huis laat verbouwen
en op vrije dagen in strakke sportkleding op zijn racefiets klimt
blauw vest zwarte broek niet helemaal kaal
grijzend kraagje rond zijn schedel
zuinig lachje als hij je aankijkt
kent de surinaamse buurvrouw niet die bijbels verbrandt
in haar driehoekje tuin bezeten tegen de kat praat
die moet worden weggehaald
er ligt zout voor haar deur zorgmedewerkers
spreekt ze alleen via het raam
op nieuwjaarsdag ging ze bedelend over de jan van galen
wit als een doek wist ze niet meer wie ik was
maar ze herkent me weer
nam een pakje voor me aan
doet open en roept buurman
als ze me aan ziet komen
dat zou aan de stenen kunnen liggen
ze schijnen feller denk ik
aan het einde van de lange stadstraat