nog te gaan
blauw blauw blauw
hoge gebouwen
en toch
te gaan
hoge gebouwen
blauw blauw blauw
en toch
want zes want zes
snoepn mag
in de allergrootste zeilen blaast de wind harder met meer scharen
tegen de kuiten met de lepels met de vorken met de hakken
tegen de schenen
van de allerhoogste gebouwen
houdt ze haar jongen in de gaten
bespied de lammeren
en het garen
door het kruipgat bevuilt de tuinwrat
koppig spiedig handig
een mol als vriend in de hemel
is een goede vriend
moet ergens op staan
hè'n