Gisteren werd ik door Anton de Goede geïnterviewd voor VPRO's De Avonden. Je kunt het gesprek hieronder terugluisteren (het begint om 1.42.06).
Tijdens het eerste uur is er een gesprek te horen dat Tjitske Mussche had met Wouter Godijn over zijn nieuwe roman Hoe ik een beroemde Nederlander werd. Een fijne passage uit het boek vond ik:
…Zoals de meeste mannen had ik in mijn tienerjaren de neiging als ik eenmaal goed en wel in een meisje was na hooguit een minuut te ontbranden. Zoals de meeste mannen had ik daarna geleerd me te beheersen. (Bijvoorbeeld door heel intensief te denken aan het harige gezicht van een bepaalde voetballer of aan een diep bord vol spinazie à la crème: de bijdrage van deze en andere visioenen aan een succesvol verloop van de coïtus valt moeilijk te overschatten. Je zou er zelfs een soort dialectiek van de liefde op kunnen baseren, maar als ik daarover begin, blijf ik éch klem zitten tussen deze haakjes.)…
Ik moest even denken aan het geweldige lied van Meindert Talma 'Voetballers met baarden en snorren', met wat lijkt op een heus kozakkenkoor. Benieuwd of Wouter daar ook naar geluisterd heeft.
Aan het einde van het gesprek met Anton de Goede voor de Avonden, lees ik de Nederlandse vertaling van het gedicht 'Fennema' (eigenlijk meer een reeks), waarvan ik vanochtend zelf het Friese origineel heb opgenomen. Over het huis waar we uit moesten in de jaren tachtig later meer. Hier eerst:
FENNEMA
fennema had een zuur hoofd en met dat hoofd
en dat wijf zou hij in ons huis wonen
ik wilde de vette ratten die ik onder uit de kruipruimte vandaan had gehaald
bij de verbouwing nieuw leven inblazen en loslaten
wij wachtten op de zomervakantie
met het verhuizen
ik speelde weken daarvoor
met mijn aanstaande buurjongetjes
die nederlands spraken
wij spelen soldaatje als iemand op je schiet
en raakt ben je tien seconden
dood
binnen de kortste keren kreeg ik het aan de stok
met de commandant
over wanneer je echt dood was
hij schoot mis
dat valt niet te controleren
zei ik
*
fennema had twee zonen ze keken
gemeen uit de ogen maar niet zo zuur als hun vader
op mijn slaapkamer lachte de ene me uit
hier zal ik me wel vermaken
maar ik geloof niet dat hij uren door het raam
de weilanden over vloog of brood met aardbeien
en suiker in de tuin opat
een speelgoedtrekker met trappers
en gras dat zijn vader net gemaaid had
op de kar
*
moeder roept op de veranda
naar de blonde jongen van het loonbedrijf
of hij komt eten
vierkante pakken hooi
poept zijn machine uit
ik denk ook niet dat de zoon van fennema
in bomen klimt en zich door de wind laat wiegen
met een vriendje zich verstopt
voor diens ouders
voor geen eind aan dit op bed zonder televisie
*
wij rijden er met het hele gezin langs
ik val uit de gerooide bomen
het is beter zo het huis verzakt
en is later niets meer waard
maar moeder is al lang dood
en het huis staat er nog
als ik dood ben zoek ik haar op
gaan we samen terug
jagen we fennema eruit

© Mirka Farabegoli – www.mirkafarabegoli.com
FENNEMA
fennema hie in soere kop en mei dy kop
en dat wiif soe er yn ús hûs wenje
ik woe de fette rotten dy’t ik ûnder út 'e krûprûmte helle hie
by de ferbouwing nij libben ynblaze en loslitte
wy wachten op de simmerfakânsje
mei it ferfarren
ik boarte wiken dêrfoar
mei myn oankommende buorjonkjes
dy’t hollânsk praten
wij spelen soldaatje als iemand op je schiet
en raakt ben je tien seconden
dood
binnen de koartste kearen krige ik lijen
mei de kommandant
oer wannear'tst echt dea wiest
hij schoot mis
dat valt niet te controleren
sei ik
*
fennema hie twa soannen se seagen
gemeen út ’e eagen mar net sa soer as harren heit
op myn sliepkeamer lake de iene my út
hjir sil ik my wol fermeitsje
mar ik leau net dat hy oeren troch it rút
de lannen oer flein hat of bôle mei ierdbeien
en sûker yn ’e tún opiet
in boartersguodtrekker mei trapers
en gers dat syn heit krekt meand hie
op ’e karre
*
mem baltet op de feranda
nei de blonde jonge fan it leanbedriuw
oft er komt te iten
fjouwerkante pakken hea
poept syn masine út
ik tink ek net dat de soan fan fennema
yn beammen klimt en de wyn him widzje lit
mei in maat him ferstoppet
foar dy syn âlden
foar gjin ein oan dit op bêd sûnder tillevyzje
*
wy ride dêr del mei it hiele húshâlden
ik rûgelje út de roaide beammen
it is better sa it hûs fersakket
en is letter neat mear wurdich
mar mem is al lang dea
en it hûs stiet der noch
at ik dea bin sykje ik har op
geane we tegearre werom
jeie we fennema der út
© Tsead Bruinja
Afkomstig uit Stofsûgersjongers / Stofzuigerzangers (Afûk, 2013)
Bestellen? Dat kan via afuk.nl/?page=shop_product&am…=4563&language=nl

Plaats een reactie