Jelle van der Meulen, muzikant, docent en recensent van de Friese literatuur voor NBD/Biblion is van huis uit geen Fries. Tijdens zijn studie Nederlands volgde hij het als bijvak en sindsdien volgt hij de Friese literatuur op de voet. Zijn website is een goede Nederlandstalige bron voor wie meer over Friese boeken wil lezen.

Bron: http://vaagmagazine.com/2012/08/vork-en-mes-altijd-bij-de-hand/
Van der Meulen schreef over Stofsûgersjongers / Stofzuigerzangers het volgende:
"Het is een prachtig boek geworden, dit samenwerkingsverband tussen de dichter Tsead Bruinja, beeldend kunstenares Mirka Farabegoli en saxofoniste Femke IJlstra. Deze drie kunstenaars zijn alle drie in Friesland geboren, verhuisd naar een stad, maar raakten Friesland niet helemaal kwijt. Uitgangspunt van hun samenwerking was een poging om een gevoel uit te beelden van weemoed naar vroeger en het 'thuiskomen in de breedste zin van het woord'. Dat is bijzonder goed gelukt.
Alleen al in de verschillende muziekstukken van Femke IJlstra klinkt er genoeg weemoed door. Bij elk van de zes stukken op de cd geeft IJlstra in het boek een kleine toelichting, maar dat is nauwelijks nodig om te begrijpen wat de stukken verbeelden. Zo staat er bij het derde nummer 'Femke en la Gran Ciudad', een compositie van Guillermo Lago voor sopraansaxofoon en tape, dat het op swingende wijze de tweestrijd tussen de grote stad en het Friese platteland toont. In de toelichtingen bij de andere stukken staan verder woorden als 'heimwee', 'terugkeer naar de natuur en stilte in Friesland', 'ouderlijk huis', 'oude slaapkamerraam', 'afscheid'. Dat zijn allemaal herkenbare elementen die op een sprankelende en spannende manier in deze muziek zitten, maar de beste typering geeft IJlstra ook zelf, als ze zegt dat de stukken haar veel vrijheid geven om te doen wat ze graag wil met haar muziek: verhalen uitbeelden.
Dat is ook wat Tsead Bruinja doet in de Fries-Nederlandse gedichten in deze bundel: verhalen vertellen en dan vooral veel verhalen over vroeger. Dat is niets nieuws, dat deed hij in zijn poëzie vaker. Tegelijkertijd zitten er ook heel veel lijntjes naar het heden in de gedichten. Het eerste gedicht, dat aan de zes afdelingen in de bundel voorafgaat, begint haast homerisch (en als ik citeer, citeer ik de Friese versie en voor wie dat niet kan lezen: koop deze tweetalige gebonden dichtbundel met 37 gedichten in het Fries en uiteraard net zoveel in het Nederlands, met elf etsen paginagroot (25 x 20 cm) afgedrukt en dan ook nog herhaaldelijk details uitvergroot, plus een cd met unieke nummers voor slechts €22,50 en lees de Nederlandse vertalingen):
bonken fertel my fan de siel
dy't om jim hinne plakt sit
fan it pún
fan de huzen
fan de fijannen
fan de swalker
dy't om jin hinne rust
wêr't er begûn is
wat er fernield hat
wat byinoar brocht
Dan volgt de eerste afdeling 'Boartersplak', met veel herinneringen aan de jeugd van de dichter, bij pake en beppe bijvoorbeeld, maar de titel 'boartersplak' is behoorlijk misleidend. Kun je het 'kealleleafdeleafdessfertriet' nog wel humoristisch opvatten, bij de werkloosheid van heit is dat al lastiger en de dan nog jonge dichter is in het gedicht 'Fennema' bepaald niet blij dat er een nieuwe familie het huis van zijn gezin komt overnemen. Bij dit gedicht staat een mooi dreigende ets van Mirka Farabegoli waarin ze het gedicht niet alleen invult, maar ook aanvult, zoals in veel van de etsen het geval is.

Het gedicht 'walkman' begint heel speels met 'wy hienen in spultsje betocht / by eltse ramp of oarloch dienen wy / wa't it hurdste laitsje koe', maar in de laatste strofe 'fergie it laitsjen ús / waard de wrâld grutter / de pine djipper / it hert lytser'. Het gedicht 'beafeart' is ronduit grimmig waar het gaat over een borstenbegraafplaats voor afgezette borsten, de pijn van de moeders, zusters, vrouwen en de machteloosheid van de zonen, broers en vaders. Opvallend is dat bij dit gedicht een van de lieflijkste etsen van dit boek is afgedrukt.

De gedichten zijn lang niet allemaal in hetzelfde lettertype en in dezelfde kleur afgedrukt. Het gedicht 'aksint' is zelfs lastig leesbaar, omdat de letters verticaal zijn afgedrukt in plaats van horizontaal. Het gedicht gaat over het Friese accent dat de dichter wilde kwijtraken en weer terugvond, maar legt vooral bloot waar de dichter niet over wilde/durfde schrijven. Het eindigt met een mooi eenvoudig en tegelijk groots beeld: 'der streamde in sleat yn my dy't in rivier wurde woe / in sleat dy't dreamde fan oseanen'. Die variatie in lettertypen en kleuren werkt wonderwel in deze bundel; bij dit gedicht geeft het onder andere de problematiek van het opschrijven van iets pijnlijks aan. Bij andere gedichten kan ik eerlijk gezegd niet altijd goed verklaren waarom een afwijkend lettertype of kleur werkt en wat het dan precies doet.
Ook in de andere delen van de bundel gat het veel over vroeger, maar bijna altijd is er ook de verbinding met het heden. Moeiteloos verbindt de dichter in het gedicht 'Achter op in âlde fyts' een verhaal over een ophefmakende opmerking van zijn oma met de eerste ontmoeting van zijn eigen geliefde en rondt dat af met ' beppe soe it sûnder mis allegearre prachtig fûn ha'. Vooral in het derde deel staan van dat soort gedichten, hoewel de dichter zelf die verbinding tussen dingen van vroeger en nu soms te ver vindt gaan en niet altijd vindt passen: 'eins fyn ik dat dit net kin nammen ut 'e popwrâld / yn in frysk fers sa neist pake en beppe of heit en mem'.
Tot nu toe vond ik Bruinja's gedicht 'leave nimmen wit hoe't wy yn eardere libbens' (uit De wizers yn it read, 2000) het mooiste Friese liefdesgedicht dat ik kende, maar in deze bundel staat het gedicht 'bêd' dat daar wel heel dicht bij in de buurt komt, misschien wel omdat dat gedicht ook nog speelt met de twee talen waarin de dichter leefde/leeft: zijn moedertaal, het Fries, en de taal waarin hij nu al weer zo lang leeft en die de taal van zijn geliefde is, het Nederlands. Het gedicht begint zo:
'de nammen dy'tst brûkst
foar it iten it bestek en it servys op tafel
binne net de earste nemmen
dy't ik learde foar iten bestek en servys
(…)
en eindigt met:
'foar dy dingen dingen brûkst no
deselde nammen
dyn bêd en tuten
alle jierren wurde se
langer
Ongetwijfeld speelt bij mijn waardering voor dit gedicht ook een rol dat ik inmiddels de geliefde van de dichter een soort antwoord op dit gedicht heb horen voordragen, een uiteraard Nederlandstalig gedicht met de veelzeggende Friese titel 'Hûs' (Huis).
De laatste afdeling van de bundel 'by in freon del gean' laat nog weer eens goed de werkwijze van de dichter zien. Als in een raamvertelling begint deze afdeling met een gedicht over opa die blokken aan de trappers heeft gemaakt, zodat de kleinzoon op de te grote 'derdehands' herenfiets kan fietsen en eindigt deze ook weer met een gedicht dat begint met 'pake sloech spikers troch de trapers sadat ik op de hearefyts koe', waarin verschillende elementen uit de bundel terugkomen. Tussen deze twee gedichten in staan vier gedichten die zich in deze tijd afspelen en waarvan de eerste drie beginnen met de zin 'ûnder it bêd yn it nije hûs / fan myn bêste freon en syn frânske frou / stean fjouwer klossen' en het vierde gedicht begint met een variant daarop.
Na eerste lezing vond ik deze nieuwe gedichten van Tsead Bruinja een beetje tegenvallen. Ze leken me minder beelden te bevatten dan zijn vorige poëzie. Bij nader inzien valt dat wel mee. Misschien zijn deze gedichten wel iets makkelijker toegankelijk dan van een deel van Bruinja's vorige poëzie, maar ik kan me ook voorstellen dat dat een bewuste keus geweest is van de dichter, omdat de beelden van de muziek en de etsen een belangrijke rol spelen. Bovendien is het vooral de grote samenhang tussen deze gedichten in deze bundel en de combinatie van de gedichten, de muziek en de vaak toch ook wat raadselachtige beelden van de etsen die van deze uitgave een juweeltje maken."
Bron: http://home.planet.nl/~meul2882/fries/Bruinja,Tsead.html
P.s. van der Meulen maakt deel uit van het duo Hoed en Rand. Zij maakten eerder een muzikale bewerking van het gedicht 'wylst ús hier tinner wurdt / terwijl ons haar dunner wordt' uit Angel (Bornmeer, 2008). Ik heb destijds de tekeningen van Ramon Verberne gebruikt om er een clipje bij te maken.
-
terwijl ons haar dunner wordt
en in de bomen de apen lachen
terwijl we steeds vaker het dak op moeten
om de weggewaaide pannen terug te leggen
terwijl ons haar dunner wordt
en de apen in de bomen lachen
terwijl de dokter ons vaker ziet zitten
in de snotterige en kuchende wachtkamer
terwijl de apen lachen
terwijl de één na de ander sterft
en zijn daden niet meeneemt
het graf in
blijven de apen jong
en lachen
terwijl de boeren en scheten
je overal heen vergezellen
en je darmen en longen slijten
terwijl het beschutte plekje
onder de bomen
lokt
lachen de apen
om de kracht die wegglipt
uit je appelschillende
handen
je kijkt haar aan
en je kijkt anders naar de grond
terwijl dit alles
wordt de honger van de apen
groter
terwijl het vergeven verschrompelt
en woede alleen maar vervelt
lachen de apen
blijft de woede jong

Website: http://www.hoedenderand.nl/
Het duo zingt Nederlandstalige poëzie, luister- en drinkliedjes. De melodieën bij de gedichten maken ze zelf. Voor hun eigen liedjes zijn de inspiratiebronnen onder andere de zee en de liefde.


Plaats een reactie