Was net in gesprek met Anton de Goede van de VPRO. Komende dinsdag is het interview te beluisteren bij de Avonden en daarnaast, mits er geen beroemdheid overlijdt of een kabinet valt, is er een item bij Villa VPRO op Radio 1 komende maandagmiddag.

Anton

(Portert van Anton de Goede – bron: http://showcase.thebluebus.nl/)

Tijdens ons gesprek ging het ook kort over waar de titel van de bundel vandaan komt. Het was de titel van een gedicht dat ik schreef na mijn eerste gesprek met saxofoniste Femke IJlstra, die me vertelde waar ze vandaan kwam. 

Femke kwam langs in Amsterdam en speelde op de bank een prachtig stuk muziek, waarna ik onderstaand nieuw gedicht voorlas. Het haalde uiteindelijk de bundel niet, omdat ik het niet helemaal vond passen en het minder goed vond dan de gedichten in de rest van de bundel. 

Prul

De titel bleef echter in mijn hoofd doorzingen en die hebben we gehouden. Even overwoog ik nog Hotel Hoogtevrees, de titel van een andere gedicht, maar ik ben blij dat ik dat niet gedaan heb, want Kees 't Hart kwam dit jaar met een roman getiteld Hotel Vertigo

 

stofzuigerzangers

wie staat er midden in het dorp altijd voor het raam
van de nette voorkamer met de stofdoek in de handen
arbeidsvitaminen op de radio stofzuigerstang tegen de bank

en zingt ze terwijl de politie voorbij fiets
denkt ze aan haar melkrijder
en haar vijf kinderen

allemaal op de christelijke school
aan deze kant van het dorp

bijna op een kluitworp afstand
van ons

*

wie rijdt er met de vrachtwagen van unigro
de steeg in bij de vivo

is het de vader van je beste vriend
uit het vorige dorp

als hij voetballen kijkt op tv
doet hij dat met het geluid
van de radio

mag je het plein af om te zien of hij het is
gaat de bel nog niet

is er tijd genoeg voor het handopsteken
en hoi zeggen tegen de vader in de cabine

*

je kunt gebeten worden
door een radio-actieve spin

je kunt web schieten
uit je polzen

als je over het paadje
door het bosje loopt

je kunt dichter worden
het verleden door de sapcentrifuge drukken
tot de laatste druppel

Vi

stofsûgersjongers

wa stiet der midden yn it doarp altyd foar it rút
fan de kreaze foarkeamer mei de stofdoek yn `e
hannen
arbeidsfitaminen op de radio stofsûgerstange tsjin
de bank

en sjongt se wylst de polysje foarby fytst
tinkt se oan har molkrider
en har fiif bern

allegear op de kristlike skoalle
oan dizze kant fan it
doarp                 

hast op in klútwurp ôfstân
fan ús

*

wa riidt der mei de frachtauto fan unigro
de steech yn by de vivo

is it de heit fan dyn bêste freon
út it foarige doarp

at er fuotbaljen sjocht op tv
docht er dat mei lûd
fan de radio

meist it plein ôf om te sjen of hy it is
giet de bel noch net

is der tiid genôch foar it hânopstekken
en hoi sizzen tsjin de heit yn de kabine

*

kinst biten wurde
troch in radio-aktive
spin

kinst web sjitte
út dyn polzen

ast oer it paadsje
troch it boskje rinst

kinst dichter wurde
it ferline troch de sopsintrifúzje drukke
oant de lêste drip

 

© Tsead Bruinja

 


Uni

Posted in

Plaats een reactie