Luxaflex 

De komende dagen plaats ik hier een aantal recente recensies van Overwoekerd, maar dan met de hele gedichten waar de criticus/ca op in is gegaan. Hieronder het stuk dat Luuk Gruwez schreef voor De Standaard.

DE SIRENE

In deze rubriek bespreekt Luuk Gruwez elke maand de dichtbundel die het meest zijn aandacht heeft getrokken.

ALS JE MOEDER EEN PRUIK DRAAGT

Tsead Bruinja is de dichter van het geluk dat nooit helemaal wil lukken. Hij lijkt in zijn werk vooral uit op het beperken van de ramp en streeft naar wat hij ‘een te verdragen aantal tegenslagen’ noemt. Meer is niet mogelijk. Volledig en zuiver kan geluk namelijk nooit zijn: ‘wat valt er te overwinnen in deze hinderlaag die we lichaam noemen’. Nog een treffend voorbeeld van de onmogelijkheid van volmaakt geluk lezen wij in het gedicht ‘Hemd en trui’. De dichter trekt ’s ochtends de luxaflex omhoog en staat samen met zijn vrouw de sneeuwval te bewonderen. Het tafereel is bepaald innemend. Maar tegen het eind van het gedicht aan plaatst de dichter deze regels: ‘terwijl ik me afvraag op welke plek/ het dak morgen als de sneeuw smelt/ zal gaan lekken’.

HEMD EN TRUI

als ik de luxaflex omhoog trek zie ik dat het is gaan sneeuwen
grote vlokken dwarrelen neer en stapelen zich op in het kozijn
dat aan de binnenkant lichtelijk beslagen is

ik roep mijn vrouw onder de douche vandaan
om samen met mij naar winterse schouwspel
te komen kijken

zij met een handdoek voor
en ik met mijn broek half aan
staan geschrokken voor het raam

het is maart
op de binnenplaats
staat de japanse kers
in bloei

de takken en de bloemen
dragen een dun laagje watten

binnen slaat de verwarming aan
en ligt er werk te wachten

dat ik uitstel

terwijl ik me afvraag op welke plek
het dak morgen als de sneeuw smelt
zal gaan lekken

en pak een hemd en een trui
van de stoel

In zijn geluksperceptie speelt het perspectief bovendien een belangrijke rol: wat heeft een klein menselijk ongemak nog te betekenen wanneer je het hele wereldleed in aanmerking neemt? Niet alleen is Bruinja de dichter van het bedreigde geluk, maar eveneens van het ongemak dat zich soms geneert een ongemak te zijn. Vanaf wanneer verwerft een mens het recht op zelfbeklag? Bruinja zit gevangen in het etische besef dat je dwingt je mond te houden over een maag- of darmkramp als tegelijk ergens elders een wereldbrand woedt en een willekeurige vrouw door een man of tien serieel wordt verkracht. Hij confronteert zijn lezers voortdurend met de spanning tussen het tragische en het futiele: ‘en je voelt je als een terminale patiënt/ die voor een loslatende vulling/ (…) naar de tandarts gaat’.

HET HAAR OP ONZE WONDEN WORDT GRIJS

we slapen bij vrienden in een kinderkamer
omdat de kinderen het weekend
bij vader of moeder zijn

na twee nachten omringd door dierenposters
willen we alleen nog maar de videobanden van bambi zien

het is zo’n dag waarop je naar de andere kant van het land zou rijden
vanwege een advertentie op marktplaats

iets uit je jeugd dat je per ongeluk
tevoorschijn googelde

je ruimt er een plank voor in

de auto staat uit te blazen onder de kap
en tegenover je een engerd van wie ze na zijn geboorte
meteen de mal hebben gebroken

pokdalig gezicht waarmee hij dit angstvallige leven
in werd gemasseerd

zijn gesluierde moeder

hordeuren heeft hij ook nog

muggennacht hazenslaap
in amsterdam west

iemand staat zijn best te doen in de keuken
in nieuw beerta terwijl jij op de bank zit

en je voelt je als een terminale patiënt
die voor een loslatende vulling

naar de tandarts gaat

Sterfelijkheid speelt een belangrijke rol in deze bundel. De dichter legt een opvallende belangstelling aan de dag voor de mankementen van het lijf. Zijn waarneming daarvan is rauw en naturalistisch te noemen en zijn kijk op het lijk verraadt, bijvoorbeeld in het gedicht ‘Man gevonden geen wormen wel maden', veel oog voor de biologie van de ontbinding.

MAN GEVONDEN GEEN WORMEN WEL MADEN

vind je een lijk in een huis
kijk dan onder de deurmat
in de spleten van de vloer

in welke fase zijn de insecten
zijn het nog maden of zijn er al poppen?
 
eerst komen de maden en poppen van bromvliegen

bromvliegen kunnen binnen een uur eitjes leggen
ze ruiken een lijk over zestig kilometer afstand

er bestaat een bromvliegsoort waarbij de poppen op het lijk uitkomen
andere soorten maden kruipen van het lijk af
om enkele meters verderop te verpoppen

bij warm weer wordt een lijk binnen twee weken opgegeten door de maden

het eindigt met spektorren die eten droog vlees
museumkevers eten andere insecten
kleermotten eten haren en huid

het langste duurt het om huid en skelet te verteren

daartussenin zitten mijten
die de eieren van de vliegen opeten
 
met honderden tegelijk kruipen ze door je vlees

Het komt er, zoals bij zoveel dichters, weer eens op neer dat in elk lijf een lijk gevangen zit dat zich bevrijden wil. Alleen: heeft dat lijf wel recht van spreken over zijn kleinzerigheden en zijn pietluttigheden terwijl zoveel wreedheden en baldadigheden de wereld domineren? Ook met betrekking tot thema’s als onbinding en crematie bedient de dichter zich wel vaker van tegenstellingen: het verschil tussen een pas gecremeerd lijk (iets meer dan drie kilogram) en een pasgeborene (om en nabij de drie-en-een halve kilogram) is verwaarloosbaar.

VUURVAST STEENTJE

aan de hand van wettelijke documenten
vindt een identificatie plaats waaraan een uniek
crematienummer gekoppeld wordt

dit nummer wordt in een vuurvast steentje gezet
dat vooraf op de kist wordt gelegd

pacemakers zijn voor de crematie
in het ziekenhuis verwijderd

de verbranding vindt plaats in een oven
bij een temperatuur van 1100 graden
en duurt anderhalf uur

de as van een volwassen persoon
weegt niet veel meer dan drie kilo
inclusief kist

drie kilo afvallen is niet heel lastig
drie kilo vet eraf werken in één maand
is een heel ander verhaal

je pasgeboren baby wordt
zodra er een geschikt moment is
gewogen

het gemiddelde gewicht
is ongeveer 3500 gram

je zult het lichaam en vooral het hoofdje
geheel moeten ondersteunen
want hij heeft nog geen kracht hierin

ook heeft hij geen enkele controle over zijn bewegingen

Tsead Bruinja tekent niet alleen voor zulke persoonlijke bespiegelingen, hij is ook iemand met een onmiskenbaar, bijna oudmodisch sociaal gevoel. Hij weegt in een mooi gedicht als ‘Sneeuw’ zijn kleine fysieke klachten af tegen wat onmiskenbaar erger is.

SNEEUW

in het jaar 2008 was ik geen vrouw van vijfenvijftig
lag ik niet drie dagen bedolven onder de sneeuw
werd mijn eigen vrouw niet door tien mannen verkracht
en levenloos uit een rijdende legertruck geworpen
werden onze kinderen niet van ons afgepakt

in het jaar 2008 was ik een man van vierendertig
rende ik samen met mijn vrouw
naakt over het strand van een duits waddeneiland
doken we een aprilkoude noordzee in
alles aan mij werd klein

in het jaar 2008 was ik niet zwart
deed ik geen gooi naar het presidentschap
waren er geen honderd geweren op me gericht
werd ik maar matig gehaat

in dat afgelopen jaar kwam ik te vaak bij mijn huisarts
die me zei minder te gaan drinken die me maagtabletten gaf
en ik dacht ik ben toch vierendertig en nog geen vierenzestig
en begon minder te drinken

in het jaar 2008 was ik geen vrouw van vijfenvijftig
die drie dagen onder de canadese sneeuw bedolven lag
voor wie ik haar diepgelovige man bij de keukentafel bidden zag

in het jaar 2008 had ik goddank mijn vrouw mijn handen
en voeten nog

Zijn horizon bevindt zich daarbij ver buiten de grenzen van Nederland. Of van Friesland, waar hij ook zijn literaire roots heeft: in 2000 is hij in het Fries gedebuteerd met de bundel De wizers yn it read. Soweto, eens de habitat van Hector Pieterson, het vermoorde en tot icoon uitgegroeide dertienjarige jongetje, bevindt zich als het ware in Bruinja’s achtertuin.
 

HECTOR PIETERSON

in een klein japans busje worden we rondgeleid
door de verschillende wijken van soweto

jabu onze reisleider legt uit
hoe hij zijn matras rechtop zette
als de regen tussen de golfplaten
door kletterde

we maken foto’s en rijden langs een school
waar jonge zwarte leerlingen in 1976 protesteerden
tegen het onderwijs in het afrikaans

de kinderen wilden een vreedzame mars lopen
en kregen in plaats van bescherming
de kogels en knuppels van de blanke politie
over zich heen

hector pieterson een jongetje van dertien
dat op die dag in 1976 vermoord werd
kreeg een museum en zijn zusje
kreeg daar jaren later werk

we zijn haar voorbij gelopen
zonder dat we het doorhadden
fluistert jabu ons toe

niemand had een mobieltje
of een computer om mee te chatten
op 16 juni 1976 in soweto

en als er al een kindertelefoon bestond
dan was die waarschijnlijk
slegs vir blankes
 

Bij nadere overweging ligt alles daar. De dichter is namelijk getalenteerd in het samplen van taferelen uit heel diverse werelden die hij de zijne maakt. Evenmin heeft hij er moeite mee een grote variëteit aan stijlen te gebruiken. Er zit een hoge dosis fusion in zijn verzen, maar dat doet vreemd genoeg niets af aan hun eigenheid. In het ene gedicht ontwikkelt hij een haast klassiek idioom, terwijl hij zich elders, par excellence in een gedicht over een tot bewegingloosheid veroordeelde lamme, als een overtuigde rapper met een nerveus, elektrisch taalgebruik ontpopt:

LAMME

je moet pompe met je hompe
slope met je blote pote

zompe

stompe met je rompe

na het pompe
op je klompe

zompe

je moet kampe met die rampe
slope met je blote pote

dampe onder de lampe
nie klampe aan de rampe

dampe

je moet t slempe niet dempe
je moet slope met je blote pote

slempe

slempe tot je gaat zompe
zompe tot je gaat dampe
en nie
nee nooi nie

klampe aan de rampe

nie klampe aan de rampe

nie klampe

Dit zijn hoe dan ook gekke gedichten. Precies door hun hang naar absurditeit en schijnbare nonsensikaliteit ben je bij een eerste lezing geneigd ze niet helemaal ernstig te nemen. Niet dat de ventilatie van een tragisch levensgevoel een voorwaarde voor literaire kwaliteit is – jammer genoeg is het tegendeel vaak waar, maar er zit achter vele van deze verzen wel degelijk iets wat ik zou willen omschrijven met een cliché als ‘innerlijke noodzaak’. Zelfs in het kortste gedicht van de bundel, het zeer meerduidige slotgedicht. Dat gaat als volgt:

je kijkt nooit hetzelfde naar haar
van jonge vrouwen

als je moeder een pruik draagt

Dit gedicht is zowel typisch als atypisch voor Bruinja. Atypisch omdat het wel erg kort is. Typisch omdat hij ook hier weer tegelijk veel en weinig zegt. Maar helemaal Bruinja is het vanwege het feit dat het zowel tragisch als ironisch is. De lezer heeft het gevoel hem te kunnen volgen, maar wordt in verwarring gebracht. Want waarom draagt die moeder een pruik? Het wordt niet expliciet gesteld, maar misschien vanwege een chemotherapiekuur. Vanuit de geluksperceptie van deze dichter is dit dan een zoveelste element dat bijdraagt aan zijn overtuiging dat geen geluk ooit puur en onbedreigd kan zijn: het haar van jonge vrouwen mag er voorlopig al betoverend uitzien, er is de wetenschap dat het misschien net als met het haar van de moeder wel eens verkeerd zou kunnen lopen. Niet naar de stijl (want die is ironisch op het hilarische af), maar naar de inhoud is dit een elegische vaststelling. Tsead Bruinja beschikt over een van de dankbaarste poëtische kwaliteiten: de melancholie van de clown.

Eveneens clownesk is het feit dat hij er niet voor schroomt zichzelf een paar keer met naam en toenaam ten tonele te voeren. Hij blaast zichzelf op tot iemand met het machismo van een ‘volleerd dictator’, dicht zich met de nodige humor haast bovenmenselijke capaciteiten toe, demonstreert puberale branie,  maar naar het einde toe brokkelt zijn succes af en wordt er een wig in zijn absolutistische verlangens gedreven. Het gedicht eindigt laconiek: ‘Niet wij maar Tsead leidt een waarlijk diep en tragisch leven.’

WORMING UP VON KWABBENSTEIN

Tsead Bruinja is een man van de wereld. Hij declameert graag wijsheden als: Zwitserland is wel duur. Als je daar chinees gaat halen ben je al een fortuin kwijt. Tsead is dus verstandig, maar wat weinigen weten is dat hij ook zeer behendig is, bijvoorbeeld in het doodrijden van bejaarde vrouwtjes bij het straatracen in de noordelijke provincies en dat hij het liefst op dronken gevoerde beren schiet in de bossen van Rusland samen met de koning van Spanje. Als Tsead er even doorheen zit verleent hij bovendien geheel pro deo de begrafenisondernemers in New York hulp bij het verwijderen en verhandelen van organen van pasgestorven leden uit de christelijke gemeenschap. Te verwachten valt dat Tsead binnenkort de roeping van de nobele dichterij zal verlaten om gitaar te gaan spelen bij bands als Bloody Dick Swamp, Squirrel Nut Zippers of Phungusamongus. Ongetwijfeld zal Tsead ook daarin geil en succesvol blijken. Wat we het meest aan Tsead zullen missen is de manier waarop hij als volleerd dictator een heel volk als de Tsjechen kon begroeten vanuit een open wagen. Tsead is gelukkig getrouwd, maar nog nooit klaargekomen in Cambodja, Thailand of op een van de Galapagoseilanden. Tsead vindt het ook jammer dat hij nog nooit iemand heeft geneukt in Hellhole Bay, South Carolina of in Big Beaver Lick, Kentucky. Wat dat betreft mogen wij onszelf in de klamme handjes knijpen. Niet wij maar Tsead leidt een waarlijk diep en tragisch leven.

Bruinja is, om het met de titel van zijn slotcyclus te zeggen, ‘verkeerd verbonden’. Veel gedichten in deze bundel gaan over spaak lopende communicatie, over misverstanden die soms tot wreedheid leiden, zoals in het prachtige gedicht ‘Uw plaats in ons meedogenloze archief’: ‘ soldaten sloegen haar kinderen zo hard/ dat ze wel de kamer uit moest komen’.

UW PLAATS IN ONS MEEDOGENLOZE ARCHIEF

de soldaten sloegen haar kinderen zo hard
dat ze wel de kamer uit moest komen

leuk voor kinderen zijn knutselen
spelletjes kleurplaten

de vrouwen slapen ’s nachts in gebouwtjes
de mannen liggen buiten in de kou

leuk voor mannen zijn topsalarissen
goedbetaalde banen reiskosten

moeder werd achter in de legertruck gezet
en mishandeld

leuk voor moeders zijn bloemen
iets hartigs ontbijt op bed

het leger roofde het geld
en trok haar van de wagen af

goed voor uw wagen
primer wax olie nieuwe banden
van quickfit

daarna werd ze door meer dan tien mannen
in de lokale taal uitgescholden en geslagen

het beste voor slachtoffers van verkrachting
opvang medische zorg juridische begeleiding

het is verstandig hier niet te lang mee te wachten
want hoe langer je wacht hoe groter het gevaar
dat bewèèèismeaterièl verdwêèèènt

of verklaringen hobbel in de weg
onzekerder worden

Dat meedogenloze archief: het is de wereld. Bruinja wordt erdoor ‘overwoekerd’, beseft dat er niet uit te ontsnappen valt.
 
____________________
TSEAD BRUINJA
Overwoekerd
Cossee, 79 blz., 19,90 euro

AANTAL STERREN:
***

Bron: De Standaard, 30-01-2010

Posted in

Plaats een reactie