'Klooien is een groot deel van het werk. E-mailen, webloggen, gedichten schrijven voor de radio, uit je neus eten, door de stad lopen, cd-winkels afstruinen, elke dag een kilometer zwemmen. Nadenken."
Maar klooien is geen doel. Het is zijn manier van leven. "Ik moet heel veel klooien om tot het grote werk te komen."
Dat grote werk is Overwoekerd, de nieuwe dichtbundel van Bruinja, die afwisselend in het Fries en in het Nederlands dicht. Gevarieerde poezie die naar binnen is gekeerd maar ook de buitenwereld laat zien. Over het heel lage, maar ook over het verhevene. "Deze bundel lijkt meer te doen dan de vorige bundels, als geheel is hij overtuigender. Ik heb het idee dat het nu echt gelukt is. Het gedicht 'Licht', daar mogen ze me om herinneren.
licht
er is licht
en iets dat daartussen staat
een muur
een figuur
een leven lang
ben je onbenaderbaar
kweek je vuisten
bedek je een graf
met je hele lichaam
verduister je het gat
van een deur
er is licht
iets dat daartussen staat
en er is een weg
waarop je je spullen achterlaat
er is licht
dat je iets wil vertellen
ga weg
laat liggen
neem op
Een hoopgevend gedicht. Alles zit daar in, destructie tegenover liefde en warmte. Er wordt meer geraakt, deze bundel is opener, levendiger. Ja, deze bundel is knapperiger, snap je?"
Sinds 2002 leeft hij helemaal van de poëzie. Hij krijgt beurzen om zijn werk te schrijven, hij treedt veel op, interviewt en leidt dichters in op festivals zoals Poetry International en Crossing Border.
Het is geen hermetische poëzie die Bruinja schrijft. "Geen puzzeltjes, nee." Er zit veel ironie in, zelfspot, zoals in warming up von kwabbenstein, waarin Tsead Bruinja het onderwerp is. Hij is behendig in het doodrijden van oude vrouwtjes, en is nog nooit klaargekomen op een van de Galapagoseilanden. "Ja, stoere praat. Het helpt om zo nu en dan jezelf in de zeik te nemen. Om niet te serieus te zijn. Overigens kreeg ik een mailtje van iemand over dat Galapagoszinnetje: 'Ik wel'."
Deze wat lichtvoetige gedichten wisselt Bruinja in Overwoekerd af met gedichten waarin een donker wereldbeeld wordt geschetst. Dan lezen we een gedicht over Hector Pieterson, het Zuid-Afrikaanse jongetje dat het eerste slachtoffer was van de rellen in Soweto in 1976.
hector pieterson
in een klein japans busje worden we rondgeleid
door de verschillende wijken van soweto
jabu onze reisleider legt uit
hoe hij zijn matras rechtop zette
als de regen tussen de golfplaten
door kletterde
we maken foto’s en rijden langs een school
waar jonge zwarte leerlingen in 1976 protesteerden
tegen het onderwijs in het afrikaans
de kinderen wilden een vreedzame mars lopen
en kregen in plaats van bescherming
de kogels en knuppels van de blanke politie
over zich heen
hector pieterson een jongetje van dertien
dat op die dag in 1976 vermoord werd
kreeg een museum en zijn zusje
kreeg daar jaren later werk
we zijn haar voorbij gelopen
zonder dat we het doorhadden
fluistert jabu ons toe
niemand had een mobieltje
of een computer om mee te chatten
op 16 juni 1976 in soweto
en als er al een kindertelefoon bestond
dan was die waarschijnlijk
slegs vir blankes
"Dat doe ik ook als ik voorlees. Eerst een gedicht zoals lamme, een soort klankgedicht. Dan moet het publiek lachen. Als ik dan uw plaats in ons meedogenloze archief voorlees, een hard gedicht over etnisch geweld en verkrachting, wordt het stil. Die verwarring, daar streef ik naar. Ik wil mensen vermaken, zeker, maar ik wil ze ook laten nadenken."
Kortom, Tsead Bruinja wil wel degelijk dat er rekening met hem gehouden wordt. "Ik wil wel dat men mij als serieuze dichter ziet, maar niet als doodserieuze dichter. Ook niet als een geëngageerd dichter. Ilja Leonard Pfeijffer en Erik Jan Harmens schreven een tijdje geleden een pamflet (onderaan dit bericht ook te lezen) waarin ze opriepen geëngageerder te schrijven. Dat zit al jaren in mijn poëzie, alleen noem ik het niet zo. Kijk, als je schrijft voeg je al iets toe aan de werkelijkheid, aan de buitenwereld. Een goed liefdesgedicht is ook engagement. Als zo'n gedicht je ontroert kun je het de dichter toch niet kwalijk nemen dat hij niet schrijft over wat er gisteren in het achtuurjournaal werd vertoond?"
De poëzie van Tsead Bruinja gaat over de wereld waarin hij staat. Er zit veel hoop in, benadrukt hij, want hij lijdt niet heel erg onder het zwarte wereldbeeld dat hij schetst. Het is vooral ook heel persoonlijke poezie, want hij kan niet dichten als het niet over hem en zijn plek in de wereld gaat, als hij er niet bij betrokken is. "Wat weer niet wil zeggen dat alles waar is," zegt hij erbij.
Vorig jaar zakte Bruinja weg in een depressie. "Geen lethargische, of klinische depressie hoor. Meer een soort lamlendigheid. Ik was even doelloos. En dat is een probleem voor mij. Ik zag het niet meer. Moet ik nu weer een bundel schrijven? dacht ik. Ik verdween onder de radar, was geheel in mezelf gekeerd. Ik ben graag alleen, en ik die periode verdween mijn band met de buitenwereld. Het werd te stil."
"Ik ging in therapie bij een psycholoog, en ik kwam er achter wat een heerlijk leven ik eigenlijk heb. Met al dat geklooi. Ik zag ook in dat dat genoeg is. Ik ben tevreden, al wil dat niet zeggen dat ik niet ambitieus ben. Want ik wil nog steeds het mooiste, scherpste en ontroerendste gedicht schrijven. Ik heb de wil en het geloof dat te doen weer gevonden. Maar daar moest ik wel een paar keer met iemand over praten, hè. Met iemand die geen belang had bij mijn leven."
Hij houdt zichzelf nu goed in de gaten, al kan hij zich voorstellen dat hij over een jaar of vijftien weer bij de psycholoog zit. "Dat is helemaal niet erg. Op dit moment ben ik heel gretig. Ik wil veel lezen, veel films zien. Ik ga een bundel Friese gedichten schrijven, en daar heb ik ontzettend veel zin in."
Bron: Het Parool (http://www.parool.nl/) - 26 juni 2010 zaterdag
P.s. voor de volledigheid hieronder het manifest van Pfeijffer en Harmens. Natuurlijk staat daar meer in dan wat ik in bovenstaand interview beweer:
Manifest voor een riskante literatuur
Door Erik Jan Harmens en Ilja Leonard Pfeijffer
1.Kunst is vrij, maar niet vrijblijvend.
2.Kunst en entertainment zijn twee afzonderlijke disciplines.
3.Kunstenaars zijn ten volle verantwoordelijk voor de toestand in de wereld of zij nemen hun eigen kunst niet serieus.
4.Deze tijden van globalisering, immigratie, toenemende religieuze spanningen, oorlog, uitholling van de democratie onder druk van populisme, verkwanseling van grondrechten onder het mom van bevordering van de veiligheid, ecologische rampspoed en economische crisis zijn bijzondere en bijzonder gevaarlijke tijden die bijzondere eisen stellen aan de kunst.
5.Wij pleiten voor een moratorium van tien jaar op literatuur die elke pretentie ontbeert om zich op enige manier tot deze thema’s te verhouden.
6.Wij verwachten van de literatuur niet dat zij oplossingen biedt, maar wel dat zij de wereld verandert.
7.Wij willen literatuur die in geen andere tijd moet zijn geschreven, dan in de tijd waarin ze is geschreven. Schrijvers zouden niet in hun werkkamer een stilleven van een appel en een peer moeten bedichten terwijl buiten het kanonnenvlees in de loopgraven lilt.
8.Wij verachten slecht geschreven boeken. Wij verachten platte pamflettistische literatuur. Maar evenzeer verachten wij literatuur die schuchter, schichtig of schouderophalend voorbijgaat aan alles wat deze tijd bijzonder en riskant maakt.
9.Men kan pas werkelijk verachten als men ook kan liefhebben. Wij houden van literatuur. Wij hekelen irrelevantie als einddoel.
10.Nonchalance in de literatuur is een misdaad.
Landsmeer en Genua, mei 2009
Bron: http://www.trouw.nl/opinie/letter-en-geest/article2766531.ece/Poezie._Ik_wil_een_bijl_.html

Plaats een reactie