Toen Joep van Ruiten op zijn blog Woest en Ledig http://www.woestenledig.com/ onderstaand gedicht plaatste, dacht ik dat dat de recensie was:
Dat wil je
Vrouw en kind de deur uit
agenda achter het behang
deurbel onklaar maken
en in vrijvallende uren
de nieuwe Tsead Bruinja lezen
Halverwege beginnen
Voorzichtig van regel naar regel springen
Naar achter en voren bladeren
En dan hardop
‘Hé blad aan de bomen hé’
Denken:
Dat doet-ie toch wel handig-bloesemend
Jaloezie inruilen voor bewondering
Aan wat er uit de mouw komt, herken je de groten
Poes, nu even niet. Baasje bezig
Dat wil je
Aan het einde van de avond opkijken
Bedwelmd enigszins, of liever tevreden
Voor even verlost van alle onkruid
Somberheid sijpelt weg
‘Er niet mee bezig’
Denken:
Gelukkig, straks weer een dag
Bron: http://www.woestenledig.com/woestenledig/2010/06/overwoekerd.html
Maar er volgde meer tekst, namelijk in het Dagblad van het Noorden:
Bijna gelukkig getrouwde man leest poëzie
Door Joep van Ruiten
Achteraf is het zo’n ramp niet dat Ramsey Nasr ruim een jaar geleden boven Tsead Bruinja werd verkozen als Dichter des Vaderlands. Omdat het Bruinja alle ruimte geeft te doen waar hij goed in is.
Overwoekerd is zijn tiende bundel. Verspreid over zeven afdelingen schotelt hij ons 55 gedichten voor die vertrouwd aan doen, wat inhoud, toon en vorm betreft. Tegelijkertijd beschikken ze over een typische Bruinjafrisheid.
Het is iets wat met een nieuwe oogst te maken heeft, maar misschien nog wel meer met het belangrijkste kenmerk van zijn poëzie: speelsheid.
In het titelgedicht wordt het malen van de geest beschreven.Woorden en regels worden aan elkaar geregen tot een loop: ‘overwoekerd door de dood en er niet mee bezig overwoekerd door de liefde en er niet mee bezig overwoekerd door de jaloezie en er niet mee bezig overwoekerd door de haat en er niet mee bezig overwoekerd door de geilheid en er niet mee bezig’.
Kop in het zand? Hier is eerder een hypersensitief dichter aan het woord, iemand die poëzie ademt en drinkt. En daar niet altijd gelukkig van wordt, laat staan financieel beter. Uit Voor de kat: ‘de wereld staat in brand en ik speel viool/ met wat men in mijn hoed smijt/ financier ik de fabriek/ die violen maakt’.
Poëzie als dwangmatigheid, als onontkoombaar lot. In In Basel, waar een huwelijksfeest wordt gezocht, grijpt de dichter verzameld naar de rode wijn en de verzamelde verzameld naar de rode wijn en de verzamelde poëzie van Raymond Carver – terwijl zijn vrouw al slaapt.
Om vervolgens een gedicht te schrijven voor ‘mannen die zich soms een beetje druk maken over de toestand in de wereld’. En dan vraagt hij de zich af: ‘Maar welke bijna gelukkige getrouwde man leest er nu poëzie?’
Soms lijkt hij cynisch, of op zijn minst mismoedig. Zin in braderie opent met ‘troep kijken/ troep kopen’.Waarna het verlangen wordt uitgesproken naar ‘een psychedelische erotische filmhemel/ waarin we perfecte lichamen mogen uitkiezen’.
Inclusief ‘door de week en in het weekend een dagje alleskoopparadijs’. Plus ‘uit onze monden één grote geile lavastroom/ van zelfverheerlijking.’
Het korte slotgedicht is zelfs nooit hetzelfde naar haar/ van n treurig: ‘je kijkt nooit hetzelfde naar haar/ van jonge vrouwen/ als je moeder een pruikt draagt.’
Zo ook de laatste strofe van Wat durven wij te hopen: ‘Wat durven wij te verwachten van dit leven/ waar durven we op te hopen op meer dan n een goeie buurman/ een goeie vrouw haar hart als een vesting/ en een te verdragen aantal tegenslagen.’
Bruinja somberheid in de schoenen te schuiven zou hem te kort doen. Daarvoor staan er in zijn tiende bundel te veel gedichten waar levenslust uitspreekt. Zoals Hé blad aan de bomen hé, een klassieker in de dop, en Worming up Von Kwabbestein, waarin de dichter zich verheugt op wat komen gaat: gitaarspelen met de Squirrel Nut Zippers en neuken in Big Beaver Lick, Kentucky.
Die Bruinja is onverminderd gretig en laat zien dat hij nog steeds volslagen onbevangen kan zijn. Overwoekerd mag dan geen vrolijke bundel zijn, het is wel een rijke bundel, een waarin hij met indrukwekkend gemak zijn veelzijdigheid demonstreert.
Bron: Dagblad van het Noorden (http://www.dvhn.nl/), 5 juni 2010
Daar wordt men niet geheel onblij van, maar toch kan het niet helemaal de zenuwen wegnemen. Ik moet namelijk later vanmiddag naar theater de Schans voor de tv- en dvd-opnames van Omrop Fryslân voor het project Dylan yn it Frysk. Ik heb ervoor gekozen het nummer ‘Fixin’ to die Blues’ te coveren samen met Jaap van Keulen (http://www.jaapvankeulen.nl/) en wilde het origineel hier plaatsen om te laten horen, toen ik erachter kwam dat de versie van Dylan weer een bewerking is van blueszanger Bukka White:
De versie van Dylan kon ik niet vinden, maar hij doet het ongeveer zo:
De eerste 50 seconden van onze versie kun je hieronder beluisteren:


Plaats een reactie