Het verschil tussen proza en poëzie en het fenomeen prozagedicht stonden gisteravond centraal tijdens de zondagavond van Poetry International. Vooral de Ierse dichter Thomas McCarthy maakte indruk met een prozagedicht, waarin een soldaat aan het einde van WO II bij een interneringskamp voor politieke gevangenen aankomt:
…Maar er is geen overwinnig hier, en niets voor een gewoon soldaat. / Dit gevangenenkamp zeilt door de geschiedenis als de vissersboot uit het neutrale Helvick, ontglippend bij maanlicht…
McCarthy legde uit dat het schuine streepje dat normaal bijvoorbeeld gebruikt wordt om in een recensie aan te geven dat er in het origineel een regel wordt afgebroken, hier gebruikt wordt om in de onafgebroken regels van het prozagedicht, toch een soort breuk te bewerkstelligen.
(Margot Dijkgraaf, Thomas McCarthy, Hassan El Houazzani en vertaler Asad Jaber)
McCarthy's Marrokaanse collega Hassan El Ouazzani overtuigde met het gedicht 'De Dromen van McLuhan', waarmee hij de droomthematiek, die zo veelvuldig voorkwam tijdens de zaterdagavond, op zijn eigen manier uitwerkte:
…Ik merkte niet dat blinden mij de weg naar het paradijs wezen
en miste de weg
naar mijzelf
Daarom
zijn mijn dromen vaag
evenals de helden uit mijn dromen
die stiekem uit mijn slaap springen om andere levens te weven, nesten te bouwen die ze met nageslacht vullen. Ze lopen in demonstraties van arbeiders, dragen leiders op hun schouders, wedden op paarden en zingen het volkslied. Sommigen van hen gaan naar de gevangenis, anderen gooien de revolutie het raam uit, sommigen gaan naar het paradijs,
anderen naar de hel…
Na de pauze was het aan de Nederlandse auteurs Joost Zwagerman, Tomas Lieske en Anneke Brassinga om uit te weiden over het verschil tussen proza en poëzie en dat gesprek wilde maar niet echt een goede vorm vinden. Terwijl Brassinga aan de hand van een van haar Nabokov-vertalingen uitlegde dat ze vooral de vrijheid in de literatuur waardeert en de vakjes die er soms bij horen wat minder, zat Joost Zwagerman door zijn eigen bundel te bladeren. Zo nu en dan ontstond er een zinnig gesprek tussen Margot Dijkgraaf, Brassinga en Lieske, maar Zwagerman leek daar geen aansluiting bij te vinden.
Het hielp misschien ook niet dat Lieske op Zwagermans uitleg van hoe hij een roman schrijft ('Ik weet het einde al en werk daarnaar toe'), nogal saai vond. Zwagerman probeerde nog toe te lichten hoe het net was als het instellen van een route op je Tom Tom en je dan toch soms op interessante zijwegen stuitte, maar dat wilde er bij Lieske niet in, die reed geen auto en had dus ook nog nooit met een Tom Tom gewerkt.
De voordrachten van Lieske, Zwagerman en Brassinga verliepen een stuk succesvoller, waarbij Brassinga uitblonk met een gedicht over metamorfoses, waarvan de laatste de metamorfose in een fles was. Een goed beeld voor een festival waar de alcohol traditioneel vrolijk vloeide.
Vanavond en vanmiddag meer poëzie en een beetje alcohol, met o.a. het programma Poëzie op het scherm, waarbij dichters met beeldend kunstenaars en computerprogrammeurs samenwerken.
Plaats een reactie