Twee jaar geleden protesteerde een groep Rotterdamse dichters tegen het gebrek aan aandacht voor hen tijdens Poetry International en sindsdien vindt er voor de officiële opening van het festival een Rotterdamse avond plaats. Gisteren stond die avond in het teken van Amerika en de Holland-Amerikalijn. Om vijf voor acht was de zaal nog redelijk leeg, maar om acht uur zat het propvol.
(stilte voor de vrolijke storm)
De presentatoren waren in een losse stemming, waardoor de aankondigingen nogal slordig en vol versprekingen verliepen, maar dat deerde het publiek niet. Zij lachten om de haperingen in de aankondigingen en verbeterden luidkeels de gemaakte fouten.
(Manuel Kneepkens en muzikanten)
Hoogtepunt van de avond was de voordracht van burgemeester Aboutaleb, die op overtuigende wijze een koranvers uit het hoofd voordroeg en toegaf tijdens zijn jeugd ooit dichter te hebben willen worden. Hij vervolgde zijn voordracht met een eigen vertaling van de Arabische dichter Adonis, een lange tekst die goed klonk, maar waarbij je zo nu en dan even wegdroomde.
Daarvoor was de winnaar van een nieuwe dichtregel op een Rotterdamse vuilniswagen bekendgemaakt. Alle Rotterdammers mochten deze keer regels insturen.
Het werd 'Soms kom ik mezelf tegen / en dan zeg ik niet eens gedag' van Peter Oole:
Morgen meer over het zaterdagavondprogramma!


Plaats een reactie