Vijfendertig keer mocht ik gisteren mijn handtekening zetten op het bovenstaande blad, dat deel uitmaakte van een bibliofiele uitgave met gedichten van Han Ruijgrok, Frans Terken, Edith de Gilde en mij, plus enkele etsen van Rien van der Nat.
Organisator Ruijgrok maakte zich om twee uur nog wat zorgen om de opkomst, maar die zorgen bleken ongegrond, want rond kwart over twee stonden er meer dan honderd mensen op het Pieterskerkhof in Leiden.
Meteen na het programma ben ik weer op de trein gesprongen naar Rotterdam, alwaar gisteravond de bloemlezing Zij kwamen om een dichter te zien werd gepresenteerd, een boek + cd met een selectie van opnames en gedichten van veertig jaar Poetry International.
Kees ’t Hart presenteerde op zijn eigen olijke en recalcitrante manier het programma en ging o.a. in gesprek met Erik Menkveld en Ramsey Nasr (met wie ik werkelijk waar een genoeglijk kopje thee heb gedronken), die een aantal van de vertalingen hadden ingesproken.
Zowel Menkveld en Nasr hadden er bewust voor gekozen om de toon van de originele voordracht, bijvoorbeeld de zangerige manier van voorlezen van Brodsky, niet over te nemen, omdat dat potsierlijk zou worden.
’t Hart vond dat eigenlijk wel een beetje jammer, maar je vroeg je af of hij dat zei omdat hij werkelijk nieuwsgierig was of eigenlijk gewoon zin had om een potje te sarren (waar overigens niks mis mee is als je vooral diplomatieke antwoorden krijgt op je vragen).
De hoogtepunten van de avond vormden voor mij de bijdragen uit Zuid-Afrika van Charl-Pierre Naudé en Gert Vlok Nel, die een schitterend lied over Timotei shampoo zong.
Engelse vertalingen van Naudé zijn te lezen op Poetry International Web (http://southafrica.poetryinternationalweb.org/piw_cms/cms/cms_module/index.php?obj_id=5373) en enkele Nederlandse vertalingen en artikelen van de hand van Robert Dorsman kun je vinden op DBNL (http://www.dbnl.nl/auteurs/auteur.php?id=naud002). Hieronder een voorproefje:
Initiatie
Ik ontmoette Naudé voor het eerst toen ik jaren geleden als broekje kwam kijken bij het festival en ik met hem en een Taiwanese dichteres naar een kroeg ging, waar een Israëlische man mijn hand las en, terwijl ik hoopte niet bijgelovig te zijn, het toch verbazingwekkend bij het rechte eind had.
Vandaag schrijf ik introducties bij de voordrachten van Arjen Duinker, Sigitas Parulskis (Litouwen) en Piotr Sommer (Polen), bereid ik me voor op het scholierenproject van morgenmiddag rondom de Palestijnse kwestie en de dichter Mourid Barghouti en hoop ik nog een fikse wandeling te maken richting de Erasmusbrug, een dagelijks rondje dat ik vorig jaar ook elke dag maakte, bij de afwezigheid van mijn vertrouwde zwembad.
Wellicht tot vanmiddag of vanavond in de Rotterdamse Schouwburg, waar er ondere gepraat zal worden over digitale poëzie door Yra van Dijk en Jan Baeke en er voorgedragen wordt door Yang Lian (China), Mourid Barghouti (Palestina) en Nachoem M. Wijnberg.
Fijne dag!



Plaats een reactie