Op uitnodiging van de onvolprezen meertalige poëziewebsite Lyrikline (http://www.lyrikline.org/), waar je niet alleen internationale poëzie in vele talen kan lezen, maar ook horen, toog ik met Thomas Möhlmann, dichter en medewerker van het Nederlands Literair Productie en Vertalingenfonds (http://www.nlpvf.nl/nl/), jaren geleden naar Leipzig.
Ik mocht daar voorlezen met de Litouwse dichter Sigitas Parulskis in een stand op de Buch Messe, op een tijd waarop de meeste bezoekers de reis naar huis of naar de plaatselijke Biergarten hadden aanvaard.
Niettemin was het een zeer interessante kennismaking met de mensen van Lyrikline en met Parulskis. Niet zo zeer met de persoon Parulskis, want die zei niet veel en schaamde zich voor zijn gebrekkige Engels, maar wel met zijn werk dat in projectie mee te lezen viel.
Ik vond het werk schitterend, omdat het iets hards, maar ook liefs had, in die zin dat hij niet alleen maar de wreedheid of onverschilligheid van de wereld toonde, maar ook de kleine persoonlijke verhalen die bij de voorwerpen en wezens op die wereld horen, waardoor de tragiek van hun verhalen nog harder aankwam.
Omdat ik was uitgenodigd om een vertaling te maken van een dichter uit Oost-Europa door het inmiddels ter ziele gegane Friese kwaliteits internettijdschrift Farsk, dat nu omgedoopt is in Ensafh (http://www.ensafh.nl/), besloot ik via een Duitse en een Engelse vertaling een poging te doen om een Friese en Nederlandse bewerking van een gedicht van Parulskis te maken.
Waarom vertel ik u dit nu allemaal? Omdat ik u de komende week ga proberen te overtuigen om over een week naar Poetry International te komen in Rotterdam, waar gedurende de hele week fantastische dichters voorlezen, waaronder Sigitas Parulskis. Het kost bovendien niet veel meer dan een treinkaartje.
Het programma is op http://www.poetry.nl/read/2009NL/programmaoverzicht te lezen en mijn bewerking van het gedicht van Parulskis hieronder:
Subjektieve Kroniek
'Allemaal zijn we al gestorven'
César Vallejo
Gestorven is Julius, die de koeien voerde, de hoorns doorboorden
zijn dronken lijf, het vee heeft een hekel aan mensen die het hok uit kunnen
gestorven is Daktariûnus, die men ook wel kleine wolk noemde,
elke keer als hij de oven aanstak kwam hij er zwart geblakerd weer uit
gestorven is Vytautas Norkûnas, die alleen woonde en zowel in de winter
als in de zomer dezelfde laarzen droeg
gestorven is ook de lamme Liudvikas Trumpa, om als jongeman
niet in dienst te hoeven, ramde hij een spijker door zijn eigen voet
gestorven is Valerka, die op zijn moter de dood invloog, de sporen
van zijn voeten zijn nog op de telefoonmast na te lezen
gestorven is mijn neefje Vidas, die van vissen hield, toen hij begraven
en de aardappelen gepoot werden, zwommen twee zwanen het meer over
gestorven is Valdas, de gewichtheffer, die graag meereisde met vrachttreinen
hij werd fijngeknepen tussen diezelfde wielen
gestorven is de zoon van mijn vried, dood, een doodgeborene
gestorven is de zoon van god, ook dood voordat hij geboren werd
gestorven is iedereen die ik niet kende, die ik niet heb begroet
van wie ik nooit iets heb geweten
gestorven de huizen en tempels, zaden en vruchten
gestorven de boeken en het bidden, gestorven het medelijden
ook het zelfmedelijden, alles dood
gestorven alles – alles van waarde
gestorven alles – niets is van belang
Land: Litouwen
Taal: Litouws
Geboortejaar: 1965
Sigitas Parulskis is dichter, proza-, hoorspel- en toneelschrijver, vertaler, essayist en criticus. In zijn dichtwerk, waarbij hij meestal de vrije versvorm hanteert, komen vaak beelden uit zijn kindertijd op het platteland voor, waarbij hij het ‘heilige’ ontmythologiseert en het ‘lagere’ poëtiseert. De ervaringen die hij opdeed als parachutist voor het Sovjetleger gebruikte hij als uitgangspunt voor zijn beste roman Trys sekund?s dangaus (Drie hemelseconden). Parulskis is tegenwoordig verbonden aan de Universiteit van Vilnius als docent Creatief Schrijven.
Poëzievoordracht:di 16 juni, 21:30 u – kleine zaal

Plaats een reactie