Vandaag ga ik op pad naar Bremen voor de Evangelischer Kirchentag. Ik ben niet gelovig, maar ben opgevoed met respect voor andersdenkenden, dus bij ons in huis werd er niet gevloekt en ik mocht ik nu nog eens vloeken, dan klinkt er ondanks mijn ongeloof altijd ergens ver weg een stemmetje, dat ik daarvoor zal boeten.
Mijn ouders hebben zich tijdens mijn jeugd ingezet voor het Openbaar Onderwijs en wij droegen ook t-shirts en tasjes met daarop de slogan 'Niet apart maar samen'. Ik hang die kreet en het Openbaar Onderwijs nog altijd aan, maar kon het tijdens mijn middelbare schooltijd niet volhouden om Openbaar Onderwijs te volgen. Het dichtstbijzijnde Openbare VWO was op 30 km afstand, wat betekende dat ik per dag minstens drie uur onderweg was.
Tot mijn zestiende kon ik het opbrengen om die afstand naar Leeuwarden af te leggen, eerst met de bus en later soms op een oude brommer, die het nogal eens begaf. Ik stapte daarna over op een christelijke school veel dichter bij huis in Buitenpost en voelde me daar thuis. Het was waarschijnlijk een beetje boertjes onder elkaar, vanuit het perspectief van mijn ex-medeleerlingen in Leeuwarden bekeken, maar het voelde vertrouwd.
Mijn vader was inmiddels hertrouwd met een vrouw die gelooft en zij en haar drie kinderen kwamen bij ons in wonen, wat betekende dat we voor het eerst van mijn leven voor het eten moesten bidden. Ik was niet onder de indruk, want de nieuwe kinderen probeerden tijdens het bidden vooral om ons aan het lachen te maken, waardoor wij op onze kop zouden krijgen.
Ik had ook kort een gelovig vriendinnetje. Als ik met haar naar de kerk ging op zondagmiddag, was ik de enige die naar de preek luisterde van de jongelui, die het vooral met elkaar hadden over wie wie de vorige avond op de bek had gepakt, ook niet geheel oninteressant.
Tijdens mijn studie Engels ben ik het Oude Testament gaan lezen, onder meer om zo de referenties in literatuur beter te kunnen begrijpen. Ik deed dat in eenzaamheid in een dorpje in het Noorden van Groningen met uitzicht op grote lege vlaktes en had binnen de kortste keren de meest enge dromen van mijn leven.
Ik droomde onder andere dat ik in een zolderkamertje met verschillende onderdelen van een hondenkop, vlees, botten en organen, die kop weer opnieuw in elkaar moest zetten, een beetje zoals het meisje in de film Existenz die een pistool van pezen en vlees maakt. Toen dat me gelukt was en er zelfs leven in de hondenkop kwam, klonk er onderaan de trap gerommel. Het klonk alsof er een kwade God wakker geworden was, die niet blij was met mijn werkzaamheden.
Ik heb daarna het Oude Testament maar even terzijde gelegd.
P.s. mijn geheugen bleek weer niet helemaal perfect te werken. Ik haalde het vlezige gat, waar een soort gamepoort in verdween in de rug van het meisje door elkaar met het geweer, dat voornamelijk uit botten bestond.


Plaats een reactie