‘I am so sick of the First World’, zei de presentratrice Xapa tegen me nadat ze me had verteld over het lot van het kleine eiland Myoti, boven Capo Verde. Dit eiland, waar zij en haar ouders vandaan kwamen, is aan het ‘zinken’ vanwege de stijgende zeespiegel en het broeikaseffect en met het zinken van dat eiland verdwijnt natuurlijk ook een deel van haar cultuur.
Xapa is een vrouw van achter in de veertig die een beetje op Whoopi Goldberg lijkt, een trotse rasta, die ter introductie van de andere dichters vaak een eigen gedicht voorlas, o.a. een over reïncarnatie als reactie op een gedicht dat ik eerder had voorgelezen. Het gedicht ging vooral over hoe de blanke westerling de donkere Afrikaan steeds maar weer opnieuw tormenteerde en alles van hem had afgepakt, generatie op generatie.
Het programma heette ‘Speaking in tongues’ en ik las in het Fries, Nederlands, Duits en Engels voor, waarbij ik een lange introductie hield over mijn opa en oma en vertelde hoe mijn opa nog graag een keer met oma wilde vrijen, maar dat ze hem had geweigerd en dat ze daar toen hij kort daarna gestorven was, erg veel spijt van had gehad.
Grappig detail is, dat mijn grootouders op zondagmiddag, ook als er bezoek was, de tv aanzetten op het testbeeld, omdat de rubriek ‘Maria weet raad’ dan op de radio was. Maria hielp jonge mensen die onzeker waren over hun lichaam en die allerlei vragen hadden over seks.
Na mijn optreden en een aantal geweldige voordrachten in de vele talen die deze regio rijk is, waaronder natuurlijk ook de talen met de vele klikgeluiden, werd ik opgehaald door een vriendelijke buschauffeur die me naar de residentie van de ambassadeur zou brengen, waar ik was uitgenodigd om Koninginnedag te vieren.
Ik liep daar eerst wat verdwaasd rond tussen het gegoede volk, van wie ik eerder de gigantische gepoetste wagens met zwart personeel had zien staan op de oprit, maar werd gelukkig opgevangen door Annelie, een medewerkster van de ambassade die onder andere over mensenrechten ging.
Annelie vertelde me over hoe ze net nog bij een tweetal mannen langs was geweest in het ziekenhuis die daar half dood gemarteld lagen te creperen onder politiebewaking. Door bij dit soort mensen langs te gaan, bestaan ze en kan de regering hen net iets minder makkelijk vermoorden.
Een groepje vrouwen nodigde me daarna uit om bij hen aan tafel aan te schuiven, waarschijnlijk omdat een van hen Fries was, Ik luisterde nieuwsgierig naar hun gesprekken over hoe het was voordat Zimbabwe onafhankelijk was geworden.
Aan tafel zaten zwarte, Aziatische en blanke vrouwen van in de vijftig die lachend spraken over hun herinneringen aan een tijd, waarin zwarte mensen geen bier mochten drinken, nee zelfs geen leeg bierflesje in huis mochten hebben en bovendien geen stap mochten zetten in een groot gedeelte van de binnenstad van Harare.
Een donkere mevrouw wist precies te vertellen wanneer ze voor het eerst door de winkelstraat First Street wandelde, hoe ze had genoten van de kerstverlichting en dat ze diezelfde dag, in een winkel waar ze vroeger niet mocht komen, een prachtige paarse jurk had gekocht.
Tussen de verhalen door hoorde ik het nieuws van de gebeurtenissen in Apeldoorn. Iedereen was behoorlijk geschokt en ik begreep dat, maar hoop ook dat we nuchter kunnen blijven en niet in een aantrekkelijke massapsychose verzeilen. Een geval als dit moet toch vooral gezien worden als een uitzondering.
Het veldje met witte tafeltjes en zwart personeel dat de haring en bitterballen rondbracht, liep ondertussen leeg op enkele volhardende aangeschoten ambassadeurs en bandleden van de Hermes House Band na.die allemaal ook talloze blikjes Heiniken hadden geleegd.
Die bandleden speelden hun coversset vrij ongeïnspireerd (en zongen vals) toen ik net was aangekomen, wellicht ook omdat niemand op dat moment echt luisterde. Na afloop waren ze allemaal met kleren aan in het zwemband gesprongen.
Aardige lui die studenten van de HHB, maar het bleken ook onuitstaanbare brallende dronken kakstudenten in de bus. Ze bleven maar schreeuwen, naar mensen buiten de bus en de chauffeur. Dat geschreeuw en gekeet was allemaal vast niet kwaad bedoeld, maar op mij kwam het totaal ongepast over, een slecht voorbeeld van de arrogantie van mensen uit the First World.
Vanavond speelt de band op het festival, een eigenaardige bijdrage van de Staat der Nederlanden aan dit culturele evenement. Ik dacht dat we wel iets beters en verfijnders te bieden hadden dan de HHB, alhoewel de Zimbabwanen de feestmuziek zeker zullen weten te waarderen.
Nu maar hopen dat ze iets minder vals zingen dan bij de ambassadeur en na afloop niet al te veel mensen beledigen.

Plaats een reactie