Samen met Kees 't Hart en Hans Wap las ik gisteren voor in de Haagse Regentenkamer. Waarbij cellist Jan-Willem Troost tussen onze voordrachten door een aantal prachtige miniatuurtjes speelde.
(Hans Wap)
Bij de Indonesische maaltijd vooraf aan het optreden vertelde Troost over een tour die zijn collega's maakten door Suriname. De muzikanten speelden daar ook voor bosjesmannen in de jungle en sliepen in hangmatten. Omdat het vervoer niet altijd even comfortabel was, hadden ze tweedehands instrumenten meegenomen. Ik kan me voorstellen dat je met je stradivarius van 15.000 euri enigszins last van je zenuwen krijgt met die temperaturen.
(Kees 't Hart)
Het publiek was niet gigantisch groot, maar wel zeer aandachtig, waardoor er een gezellige huiskamersfeer ontstond en er gemakkelijk vragen konden worden gesteld.
Ik las als laatste onderstaand gedicht en dacht aan mijn opa die als hij van het terpdorpje Oostrum naar Dokkum fietste om op de markt vis en groente te kopen, flink wat kranten onder zijn trui propte tegen de kou.
brandend huis
zij woont in een brandend huis
elke storm neemt een pan van het dak
het is koud haar tanden klapperen
buiten bedenkt iemand nieuwe verkeersregels
fietst verder een oude man
kranten om zijn lijf gebonden onder de kleren
zij loopt naar buiten met een mand vol was
zwarte lakens zwarte dekens zwarte sloop
ze ziet de velden branden ook
het heeft geen zin om buiten te zijn
liever terug naar de muren
de dansende vlammen op zijn portret
post valt ongevraagd door de deur
haalt knisperend de mat niet
haar kat springt bij haar op schoot
met een plantaardig streelverlangen
giet zij nog wat spiritus over de fotoalbums
veegt de as van haar bril en leest
en leest en leest
Dit gedicht is een vertaling uit het Fries en is ook te lezen in de bundel De geboorte van het zwarte paard (Cossee, 2008). Het origineel is hieronder te lezen en het gedicht is te bekijken op Youtube (performance met muzikant Jaap van Keulen en flamencodanseres Tanja van Susteren).
baarnend hûs
sy wennet yn in baarnend hûs
elke stoarm nimt in panne fan it dak
it is kâld har tosken klapperje
bûten betinkt ien nije ferkearsregels
fytst fierder in âld man
kranten om it liif bûn ûnder de klean
sy rint der út mei in koer fol wask
swarte lekkens swarte tekkens swart sloop
se sjocht de greiden baarne ek
it hat gjin doel en wês bûten
leaver werom nei de muorren
de dânsjende flammen op syn portret
post falt net frege troch de doar
hellet knisterjend de matte net
har kat springt by har op ’e skurte
mei in plantaardich streakferlet
jit sy noch wat spiritus oer de foto-albums
faget de jiske fan ’e bril en lêst
en lêst en lêst
Vanavond gaan we in een mooi restaurant eten in Hilversum dat net een Michelinster heeft gekregen (cadeautje van een goede vriend, waarvoor dank). Ik hoop morgen meer te vertellen over wat we allemaal hebben geproefd.
Fijne dag en eet smakelijk straks,
Tsead


Plaats een reactie