Pake Klaas en Beppe Tiet (de ouders van mijn moeder)
Wat doe je als schrijver met je familie? Ik heb me dat nooit afgevraagd, terwijl mijn ouders, grootouders en voormalige geliefden (soms bijna familie) veelvuldig in mijn gedichten voorkomen. Over het algemeen geldt de regel dat het vooral een goed gedicht moet zijn, wil ik het publiceren. De ene keer bedenk ik wat en de andere keer zijn de gedichten waarheidsgetrouw.
Door het artikel ‘Nestbevuilers’ van Marja Pruis in de Groene Amsterdammer, overdacht ik nog eens op welke manier ik over mijn familie schrijf. Doe ik het goed? Had ik de verhalen over mijn oma, die bang was dat ze kanker zou krijgen en aan de drank ging, voor me moeten houden?
Een Friese kinderboekenschrijfster zei dat ze niet begreep waarom ik zo grof over mijn ouders en grootouders sprak. Ik antwoordde dat ik niet anders kon en dat dat nu eenmaal de manier was waarop wij met elkaar omgingen. Voor mij was dat de meest liefdevolle en integere manier om over hen te schrijven.
Marja Pruis haalt in haar artikel de dichter Czeslaw Milosz aan die zegt: ‘Als in een gezin een schrijver wordt geboren, dan is ’t gedaan met dat gezin’. Daarnaast lezen we in hetzelfde stuk van Philip Roth de quote: ‘Als schrijver ben ik iemand anders. Ik ben dan niet belast door trouw en loyaliteit, decorum en discretie. Ik ben vrij om een dieper en duisterder perspectief te kiezen dan dat van een zoon, echtgenoot of broer.’ Als er in een gezin iets mis is, dan zal dat ook zonder schrijver wel duidelijk worden. Daarnaast moet je je juist een zoon, broer of echtgenoot voelen om een goed doorleefd gedicht te schrijven, misschien de zoon, broer of echtgenoot van iemand anders, maar je schrijft altijd vanuit een verwantschap met je omgeving of die nu verzonnen is of niet. De vrijheid van het duistere perspectief kan ik begrijpen, maar in mijn geval zal dat nooit ver van mezelf afliggen.
Gerrit Komrij vertelde me dat de meeste dichters hun beste gedicht schrijven over hun moeder. Voor mij geldt dat zeker. Steeds als ik over mijn moeder schreef, bereikte ik een helderheid die bij andere gedichten ontbrak. Het waren gedichten zonder opsmuk die me iets leerden over het schrijven zelf.
Angel gaat over mij, mijn woede en over het gezin waar ik uit kom. Het is een bundel waarin ik mezelf en de mensen om me heen niet ontzie. De bundel zal niet voor alle familieleden even makkelijk te lezen zijn, maar het is deel van een gesprek, hoe hard ook, een gesprek dat eindigt met een welgemeende uitnodiging:
geen geboortekaartje
dank voor het doel de horizon
de rij bomen
waar ik de tanden van mijn zaag
op slijpen kon
ik blijf slijpen
ik leg de zaag niet neer
loop geen rondjes om je huis
stuur geen brief
maar geef wel raad
zorg goed voor jullie kinderen
voor je vrouw
houd de zonen van andere vaders in de gaten
als je een dochter hebt
houd de vaders ook in de gaten
de broers
laat haar niet alleen
laat mij niet alleen
schrijf een boek
Plaats een reactie